‘Thalassa’ roept voor wie Grieks in de klassieke humaniora gevolgd heeft, de herinnering op aan de ‘Anabasis’. Daarin vertelt Xenophon hoe Griekse huurlingen een epische terugtocht uit Perzië door het onherbergzame noordoosten van Turkije ondernamen. Toen de voorhoede een glimp van de Zwarte Zee opving, verspreidde de uitroep ‘thalassa! thalassa!’ zich als een lopend vuur door de Griekse marscolonne. De Zwarte Zee als verlengstuk van de Middellandse Zee betekende voor de oude Grieken de voor hen vertrouwde wereld.
Xenophons passage werd een expressie om de genegenheid voor de zee tot uitdrukking te brengen, ongeacht of het nu ging om de Zwarte Zee, de Middellandse Zee of bij uitbreiding welke andere zee dan ook. De oude Grieken zagen de godin Thalassa als de personificatie van de goddelijke kracht van de Middellandse Zee, voor wiens charmes tallozen bezweken. De liefde voor haar is als een virus dat je nooit meer loslaat. Dat geldt zeker voor Fik Meijer. Al meer dan zestig jaar bestudeert de classicus en oudhistoricus de geschiedenis van Grieken en Romeinen in, op en langs de Middellandse Zee. De professor emeritus Oude Geschiedenis schreef al heel wat toegankelijke werken over de oudheid.
In ‘Thalassa’ brengt Meijer zijn liefde voor de Middellandse Zee nogmaals tot uitdrukking door zesentwintig ‘Historische bespiegelingen rond de Middellandse Zee’ te bundelen. De vierentachtigjarige auteur, weduwnaar geworden en geconfronteerd met de ouderdom – als plus-tachtigjarige kon hij in Griekenland geen auto meer huren –, duidt in het nawoord dit boek als een mentale afscheidsreis, die hij oorspronkelijk met zijn echtgenote wilde maken. Hij wilde zijn persoonlijke binding met de Middellandse Zee nog eens duidelijk naar voren brengen.
Daarvoor neemt Meijer de lezer mee langs dertig lieux de mémoire. Het zijn meestal plaatsen die redelijk onbekend zijn, maar die wel een speciaal verhaal over de Middellandse Zee in de geschiedenis van de oudheid vertellen. Ze variëren van plaatsen met scheepswrakken op de zeebodem, die in Meijers jonge jaren grote indruk op hem maakten – hij was niets voor niets gangmaker van de mediterrane onderwaterarcheologie in Nederland –, tot vindplaatsen van bijzondere archeologische objecten zoals de ‘computer van Antikythera’ en de bronzen van Riace, en plaatsen waar de mechanismen van de politiek, zoals de Pnyx in Athene, of de economie, zoals de Villa del Casale bij Piazza Armerina op Sicilië met de mozaïeken van de handel in wilde dieren of de Monte Testaccio in Rome als getuige van de massale olijfolie-import, een gezicht krijgen. Meijer heeft ook veel aandacht voor de zeevaart in de oudheid. Zijn eigen ervaringen als zeiler komen daarbij van pas.
Elke bijdrage omvat ongeveer tien bladzijden. Meijer verweeft doorheen zijn historische bespiegelingen ook persoonlijke reflecties over herinnering en vergankelijkheid, wat het boek een nostalgisch karakter geeft. Zoals in zijn vorige publicaties schrijft Meijer erg vlot en toegankelijk. Vooraan een zwart-witkaart met de besproken plaatsen, twee verduidelijkende zwart-wit-figuren, twee kleurenkaternen en achteraan noten, een bibliografie en een register vervolledigen deze persoonlijke ‘Historische bespiegelingen rond de Middellandse Zee’. Zeker aanbevolen voor liefhebbers van de oudheid.