Op 4 juli aanstaande zal het tweehonderdvijftig jaar geleden zijn dat dertien Britse kolonies hun onafhankelijkheid uitriepen. Het duurde echter nog tien jaar tot de grondwet van 1787 een politiek stelsel op basis van de waarden van de Verlichting vormgaf. Dat was het werk van de Founding Fathers, die in hun constitutioneel bouwwerk via checks and balances de omstandigheden en de voorwaarden probeerden te creëren waarin de verlichtingswaarden, die ze koesterden, veilig waren.
Nu de Verenigde Staten lijken af te glijden van die verlichte principes is het goed na te gaan wat die Founding Fathers precies voor ogen hadden. Dat doet Frans Verhagen in de heruitgave van zijn ‘Founding Fathers. De grondleggers van de Verenigde Staten’ (20161), waarin hij de geboorte en de eerste jaren van Verenigde Staten beschrijft met de Founding Fathers in de hoofdrollen. De auteur is een bekend Amerikacommentator voor Vlaamse en Nederlandse media en publiceerde meer dan twintig boeken over de Verenigde Staten.
Verhagen schetst in de proloog een fictief groepsportret van de mannen die de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd in goede banen leidden en het land daarna dienden in verschillende hoedanigheden: Washington, Jefferson, Adams, Madison, Franklin, Hamilton, Jay en hun medestanders. Het was zeker geen ‘band of brothers’, want tegengestelde belangen, botsende analyses en elkaar uitsluitende visies speelden regelmatig op.
Verhagen gaat vervolgens chronologisch te werk. Hij begint met de uitdaging van het nieuwe continent, het ongenoegen van de Britse kolonies, de aanvang van het verzet tegen en het afstand nemen van het moederland en de onafhankelijkheidsoorlog. Hij laat dan zien dat na de Onafhankelijkheidsverklaring op 4 juli 1776 een te losse confederatie niet werkte en de Founding Fathers in 1787 op basis van hun ervaringen een grondwettelijke revolutie maakten door een nieuwe en beslist originele staatsstructuur uit te werken. Hij eindigt met de analyse van dat nieuwe Amerikaanse regime, waarin de spanning tussen de unie en de afzonderlijke staten partijvorming deed ontstaan, en met de ‘revolutie’ die Jefferson realiseerde: de vreedzame machtstransitie van de ene naar de andere politieke richting.
Verhagen laat overtuigend zien dat actuele Amerikaanse politieke problemen al prominent aanwezig waren: federale macht tegenover de staten, gelijkberechtiging, Noord-zuidtegenstellingen. In een actualiserend postscriptum onderzoekt hij hoe het presidentschap van Donald Trump zich verhoudt tot wat de Founding Fathers voor ogen hadden. Overigens schreef een van hen al: ‘Enlightened statesmen will not always be at the helm’, vandaar de checks and balances, die vandaag zo onder druk staan.
Het was een goed initiatief dit verhelderende boek van Frans Verhagen met een toevoegsel terug uit te geven. Een kaart en zwart-witillustraties in de tekst, een kleurenkatern en achteraan een actualiserend postscriptum van een tiental bladzijden, een lijst van dramatis personae, een tijdlijn van Amerikaanse Revolutie en een selectieve en beknopt becommentarieerde literatuurlijst vervolledigen dit werk, dat tegemoetkomt aan de behoefte om een historisch inzicht te krijgen in de genese van de Amerikaanse staatsstructuur en zijn relatie tot de actualiteit. Een register ware wel nuttig geweest.