Germaine de Staël (1766-1817) was de dochter van de Zwitserse bankier Jacques Necker, die verschillende malen minister van Financiën onder Lodewijk XVI was, en Suzanne Curchod, die in Parijs een salon hield, waar de verlichtingsfilosofen elkaar verdrongen. Daar kreeg de jonge Germaine haar vorming en scholing. Ze had toegang tot het hof van Versailles en was een van de intimi van Marie-Antoinette. Haar gearrangeerd huwelijk met de Zweedse ambassadeur baron Erik Magnus de Staël-Holstein werd een mislukking. Dra leefde ze gescheiden, maar bouwde het salon van haar moeder uit tot een waar iedereen die ertoe deed, graag kwam en ontpopte ze zich aan de vooravond van de Franse Revolutie tot een spraakmakende intellectuele. Ze beleefde de Revolutie vanop de eerste rij, maar wanneer die ontaardde in de Terreur, trok ze zich terug op het familielandgoed in het Zwitserse Coppet aan het meer van Genève, waarheen Napoleon haar later ook zou verbannen.
In ‘Germaine de Staël. Schrijver, balling en feminist avant la lettre’ biedt Margot Dijkgraaf een boeiende biografie van deze vrouw met haar wervelend leven. De auteur is literatuurcriticus bij NRC, was directeur van het Centre Français du Livre bij het Maison Descartes, curator van literaire en culturele evenementen in Frankrijk en Nederland en publiceerde reeds menig werk op het snijpunt van literatuur en cultuurgeschiedenis.
Dijkgraaf vertelt het fascinerende leven van Germaine de Staël in negenentwintig hoofdstukken, die eerder als scenes opgezet zijn. Ze laat mooi zien hoe Germaine de conventies van haar tijd trotseerde en via haar salon en haar impressionant netwerk machtig en invloedrijk werd, zodat ze voor Napoleon een luis in de pels werd. Bovendien was ze een veelgelezen en scherpzinnig schrijfster, Europees georiënteerd en een feministe avant la lettre. Ze schreef goed ontvangen romans en vanuit haar ballingschap zeer relevante beschouwingen over de beginnende romantiek in Duitsland en over de Franse Revolutie.
Dijkgraaf laat elk hoofdstuk volgen door een brief die Germaine schreef tijdens haar grote vlucht (1812-1813). Om uit Napoleons greep te blijven, verliet ze immers haar ballingsoord en intellectuele trefpunt Coppet en maakte ze een tocht van duizenden kilometers, dwars door Europa, via Wenen, Lviv, Sint-Petersburg, Stockholm om uiteindelijk Londen te bereiken. De inhoud van die tijdens de vlucht geschreven brieven biedt niet altijd zoveel meerwaarde. Veel relevanter zijn de citaten uit haar essays, romans en briefwisseling.
Dijkgraaf neemt ook haar eigen reflecties en ervaringen op en betrekt actuele kunstenaars, zoals Anselm Kiefer, en auteurs, zoals Cees Nooteboom en Tommy Wieringa, in haar beschouwingen. Ze slaagt erin de lezer warm te maken voor Germaines geschriften, zodat men zin krijgt de oorspronkelijke werken te willen lezen.
Een zwart-witkaart met de grote vlucht vanuit Coppet naar Engeland vooraan en achteraan noten en een geordende literatuurlijst (werken van en over Germaine de Staël, overige literatuur en podcasts) en een personenregister vervolledigen deze met veel empathie en inlevingsvermogen geschreven biografie, waarin Dijkgraaf deze onverschrokken vrouw tot leven wekt. Jammer dat het boek geen kleurenkatern heeft, want meermaals verwijst Dijkgraaf naar een door haar bezochte site of naar een schilderij of kunstwerk.