Na “De kleine geschiedenis van de kunst”, “De kleine geschiedenis van de moderne kunst” en “De kleine geschiedenis van de fotografie” is nu ook onlangs “De kleine geschiedenis van vrouwen in de kunst” verschenen. Het opzet blijft vergelijkbaar: veel compacte informatie over een aantal geselecteerde onderwerpen, datering, een korte duiding over het item en een nog kortere tekst in vetjes over een aanverwant onderwerp of kunstenaar met telkens een illustratie erbij. Onderaan elke pagina bovendien verwijzingen naar plaatsen in het boek, die verband houden met de inhoud van de bovenstaande tekst. Het klinkt enigszins ingewikkeld en dat is het ook. Daarom werd aan het begin van de uitgave een soort handleiding ingelast, die het gebruik van het boek moet verduidelijken en vergemakkelijken.
De materie werd onderverdeeld in vier grote hoofdstukken, respectievelijk: stromingen, werken -het meest omvangrijke en chronologisch gerangschikt van 1556 tot 2017-, doorbraken en thema’s -van klassieke (zelf)portretten uit de renaissance tot hedendaagse thema’s als ras en klimaat en milieu-. Elk hoofdstuk werd nog onderverdeeld in een aantal subhoofdstukken. Het spreekt voor zich dat dezelfde kunstenaars en dito kunstwerken in verschillende hoofdstukjes terugkomen. Onder een andere invalshoek weliswaar.
Achteraan werd een praktisch personenregister toegevoegd.
Het boek is een vertaling uit het Engels. Dat moet dan ook de verklaring zijn dat op p.180 in het hoofdstuk “doorbraken” het lemma “The Académie royale” wordt vermeld. Het gaat over de Parijse “Académie Royale de Peinture et de Sculpture”. Het Engelse lidwoord “the” is hier dus totaal niet op zijn plaats.
Voor de rest een interessant boek boordevol informatie bij een onderwerp, dat sinds enkele tientallen jaren een hot item is, nl. vrouwelijke kunstenaars.