Tijdens de jaren 1942-1944 gooiden duizenden gedeporteerden (hoofdzakelijk Joden, Roma en Sinti) briefjes uit de treinen die hen naar de kampen in Oost-Europa voerden. Vooral het traject vanaf Groningen naar de Duitse grens was een ‘geliefkoosde’ wegwerpplaats. De eerste ‘Jeud’ntrain’ (naar het Groninger dialect) vertrok op 15 juli 1942 uit het doorgangskamp van Westerbork. Er zouden er nog 96 volgen tot begin september 1944. Het totaal aantal gedeporteerden wordt op 100.000 geschat.
Tijdens de transporten wierpen duizenden gevangenen en gedeporteerden briefjes, vooral gefrankeerde briefkaarten, uit de trein. Het waren laatste berichten gericht aan de achterblijvers. Naast briefkaarten, werd ook gebruik gemaakt van onbedrukt papier uit de kranten, vloeipapier en zelfs wc-papier. Journalist Lucas Ligtenberg schat hun aantal op zo’n 15.000 kaarten of briefjes. Hiervan gingen er veel verloren in de regen of belandden de stukken in de sloot. Duitsers en collaborateurs vernielden er een aantal als ze gevonden werden. Ligtenberg schat dat er zo’n kleine vierduizend berichten hun bestemming bereikten. Mensen, voor een groot deel medewerkers van de spoorwegen, vonden ze en brachten ze op de post wat niet altijd zonder risico was.
Het zou dus betekenen dat ongeveer een tiende gered werd. Schrijver baseerde zijn boek op driehonderd briefkaarten en briefjes. Deze documenten worden bewaard in openbare collecties van musea en onderzoekscentra. Een onbekend aantal bevindt zich nog in privébezit.
De bewaard gebleven kaarten en briefjes zijn belangrijke egodocumenten. Ligtenberg heeft minutieus de lotgevallen van deze briefschrijvers uitgezocht. Als bron werden ze pas vanaf de jaren 1980 ontdekt. De schrijvers/schrijfsters vormen een unieke categorie ooggetuigen van de oorlog, omdat ze in tegenstelling tot dagboekschrijvers geen mogelijkheid hadden tot reflectie. De meesten onder hen waren enkele dagen later immers dood. Het waren laatste levenstekens zoals ‘De laatste groeten uit Westerbork ben heden vertrokken. Bedankt voor al het gezondene. Hou je maar goed en verlies niet de moed. Ik ook niet’, en ‘Gaan dadelijk op transport. Vaarwel. Uit de trein’. Het zijn stuk voor stuk aangrijpende berichten.
Volgens Ligtenberg zouden de weggevoerden niets geweten hebben over het lot dat hun te wachten stond. De menselijkheid die de briefkaarten uitademen staat in schril contrast met het wrede einde dat hen opwachtte. Een boek dat men na lezing niet zo maar weglegt.
Met lijst van brief- en kaartschrijvers, eindnoten, bibliografie en register.