Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.
Wat de titel in het Bulgaars van Georgi Gospodinov ook mag betekenen, ‘De dood en de tuinman’ herinnert aan het “evergreen” gedicht van P.N van Eijck, ‘De tuinman en de dood’. Dezelfde woorden in verschillende volgorde, maar zowel in het oude gedicht als in de autobiografische roman is de dood het onvermijdelijke en toch verrassende slot dat het eindigende leven plots in een ander perspectief plaatst. Gospodinov, een winnaar van de prestigieuze International Booker Prize, schreef voordien al een roman waarin de dood van zijn vader aan bod kwam. In het nieuwe boek staan het sterven, de verdwijning en de herinneringen aan de vader centraal. De moeder blijft opvallend op de achtergrond. Vader Gospodinov genas jaren geleden op miraculeuze wijze van keelkanker. Nu is de rugpijn die hem plaagt bij het werken in zijn tuin, de voorbode van een onverbiddelijke diagnose die de zoon uit de mond van de dokters in onbegrijpelijk jargon te horen krijgt. “De eerste autopsie, die gedaan wordt als je nog leeft, en zonder verdoving, wordt uitgevoerd door de taal”. De vader wou nog in leven blijven tot Kerstmis, maar dat wordt hem niet gegund. Het worden weken van snelle aftakeling en stoïcijns gedragen pijn (“De lichamelijkheid van pijn bevrijdt je van de verpletterende leegte en het metafysische niets van de dood waarmee je wordt geconfronteerd.”) Vader Gospodinov was als zovele Bulgaren van zijn generatie geen man van grote gebaren en gevoelens. Zijn notitieboekjes bevatten bijna uitsluitend botanische bevindingen en instructies. De vele verhuizingen van de familie waren het gevolg van zijn dwarsheid tegenover de socialistische dictatuur die zijn landbouwende grootvader had onteigend. Altijd opnieuw verlangde hij naar een tuin(-tje) waar de politiek geen vat op kreeg en waar sterven altijd maar voorlopig was. Resurrectie is een botanisch begrip, merkt de zoon op. Vader Gospodinov was een toegewijde tuinman en een begenadigd verteller die van zijn mislukkingen mooie verhalen kon maken. Humor verraadt een liefde voor anekdotes en een afkeer van abstractie. Humor is bij vader én zoon de keerzijde van het verdriet. Het vult de schaarse gevoelsuitingen aan. Behalve door de humor wordt de lezer op zijn qui-vive gehouden door de meesterlijke wijze waarop Gospodinov in korte hoofdstukken speelt met de chronologie. Ontregeling, ontroering en verdriet schuilen in de snelle wisselingen van het perspectief, de plotse vragen en abrupte overgangen. Er is de afstand tussen het buitenland waar de succesrijke schrijver leeft en werkt en de Bulgaarse provincie waar hij zijn jeugd doorbracht. Verleden en heden, heden en eeuwigheid, vernietiging en nieuw leven, ontmoediging en hoop wervelen door elkaar in dit levendige en “vragende” proza. De literaire verwijzingen, niet in het minst naar Homerus, zijn geen versiering maar sluiten aan bij de ervaringen van deze eenvoudige en wijze landmensen, waaraan deze roman een hommage is. Ook hier duikt de humor op als blijkt dat het opschrift op het graf van Borges overeenkomt met de terugkerende stoïcijnse geruststelling van vader Gospodinov: “Er is niets aan de hand”. Is dit een elegische roman, een memoir of een tuinroman, vraagt de schrijver zich af. “Voor de botanie van het verdriet doet het er niet toe” besluit hij zelf. Ook de lezer zal het niet echt kunnen schelen in welke literaire categorie dit knappe en ontroerende boek thuishoort.
kunsttijdschriftvlaanderen.be gebruikt technische cookies die noodzakelijk zijn voor de werking van de website.