Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.

Zoeken  Genre 

 TitelAuteurDatum
Morren tegen de sterren Luuk Gruwez 11/06/2026
Twee mensen worden Lies Gallez 08/06/2026
Achttien Maarten Inghels 08/06/2026
De dood en de tuinman (vert. Hellen Kooijman) Georgi Gospodinov 08/06/2026
Van hier de laatste groeten. Briefkaarten uit de trein, 1940-1945 Lucas Ligtenberg 08/06/2026
Zeven Habsburgse zussen. Een roemrucht vorstenhuis in revolutionair Europa (vert. Fennie Steenhuis en Jetty Huisman) Veronica Buckley 08/06/2026
De koning van Brugge en Breda. Ballingschap van de Britse koning Charles II Arnout van Cruyningen 08/06/2026
Apologie (vert. en inl. René van Stipriaan) Willem van Oranje 08/06/2026
De Minoërs. Een korte geschiedenis van Kreta in de bronstijd (vert. Roelof Posthuma) Ellen Adams 08/06/2026
Mussert. Reis naar het kwaad Auke Kok 08/06/2026
Het Europa van Isaac Israels Renske Cohen Tervaert, Julie van Loon, Frouke van Dijke, Michael Wintle 31/05/2026
Verweven werelden van Brugge Peter Frankopan & Jan Dumolyn (red.) 31/05/2026
De Wereld van Gerard van Honthorst Liesbeth M. Helmus 31/05/2026
Nederlandse nationaalsocialistische literatuur. Repertoirevorming en canonisering van de volkse letterkunde, 1932-1945 Willem Huberts en Jan Jaap Kelder 31/05/2026
Poetins tsaristische droom. Geschiedenis als wapen in de Russische politiek Beatrice de Graaf en Niels Drost 31/05/2026
De god van Nederland. Leven en werk van Pyke Koch Susana Puente 31/05/2026
Venetië. De klank van de stad. Een cultuurgeschiedenis Eric Min en Gerrit Valckenaers 18/05/2026
Haruki Murakami Jazzportretten (vert. Luk Van Haute) 13/05/2026
Van Dyck. The European. His Journey from Antwerp to Genoa and London Anna Orlando en Katlijne Van der Stighelen (red.) 13/05/2026
Filip de Pillecyn. Een biografie Chris Ceustermans 13/05/2026
12345678910...Laatste

Morren tegen de sterren

Luuk Gruwez
Morren tegen de sterren
De Arbeiderspers, 2026, 83 blz., EUR 19,99
ISBN: 9789029554299

Met ‘Morren tegen de sterren’ toont Luuk Gruwez nog maar eens hoe voldragen en haast tot de perfectie afgewerkt zijn vakmanschap als dichter is. Het bouwwerk van de bundel omvat zes harmonisch uitgewerkte afdelingen, de gedichten zijn apart opgebouwd uit strak in de hand gehouden strofes, met een uitgesproken voorkeur hier voor het kwatrijn, in een beperkt aantal gevallen terugvallend op de terzine of het kwintet, met in een al even beperkt aantal gevallen een losstaand slotvers dat de aan bod komende thematiek in het gedicht in perspectief plaatst. En verder is er het hele spectrum van poëticale stijlmiddelen die kleur geven aan de verzen: de paradox (misschien wel hét kenmerk van de verzen van Gruwez, denk bijvoorbeeld terug aan de bundels uit zijn debuutperiode, ‘De feestelijke verliezer’, of ‘Een huis om dakloos in te zijn’), enjambementen, assonanties in binnen- en eindrijmen, allitteraties… Ze lopen over en doorheen de verzen, zonder ook maar één keer de indruk te wekken van gezochtheid. Gruwez behoort duidelijk tot een generatie van dichters die gestaag aan de opbouw van een oeuvre hebben gewerkt, zonder daarbij toe te geven aan de vernieuwingsdrang die door andere dichters vaak onterecht als originaliteit wordt aangezien.
Het moge duidelijk zijn: ‘Morren tegen de sterren’ is een op en top herkenbare Gruwez, niet enkel vanuit formeel oogpunt, maar even nadrukkelijk door de thematische lijnen die worden uitgetekend. In zijn gedichten zoekt Gruwez – tegen beter weten in – een schuiloord tegen de vergankelijkheid: ‘Blijf desnoods, ook al ben je allang uitgebazuind, / glimmen als een glimworm die diep in de nacht / meent dat hij, hoe minnetjes ook, de wereld kan verlichten.’ (uit: ‘Wenken voor de laatste zucht’) De gevoelsstroom binnen de gedichten meandert tussen ‘Wel of niet’ (de titel van een van de gedichten), ook waar het de liefde betreft: ‘Maar nu ik je / in je halfduister ontwaar, doezelend konijntje / van me, nu ik luister of nog lucht in je longen / zit, vraag ik me af: ben je er nu wel of niet?’ En weer, aansluitend bij vorige bundels en prozaboeken, blijkt hoe intens de ik gericht is op het verzamelen en het bewaren van wat uiteindelijk gedoemd is te verdwijnen. Zo staat in het openingsgedicht van de bundel te lezen: ’wij wilden het meest behouden / wat wij niet eens hadden weten te verwerven.’ Gruwez heeft het over de vaderfiguur, ‘tot hij met al zijn erfelijk vlees kilo na kilo weer netjes / toonbaar wordt opgeblonken voor de wereld, mijn moeder’ (uit: ‘Gezinshereniging’), over zijn moeder (‘De hele tijd bestond ik niet enkel / uit mij, maar ook uit haar van wie ik lang voor / haar finale al wist: nooit is zij door mij nog in te halen’ (uit: ‘Reünie’). In wezen is het de dichter hierop te doen met zijn schrijven: ‘Tijd om nog snel / de edelste van alle kunsten te beheersen: / leren missen.’ (uit: ‘Evacuatie II’) 
En voor wie gedacht had dat voor Luuk Gruwez met zo’n indrukwekkend geheel van publicaties de finale in zicht is, de slotverzen van de bundel: ‘Maar u verzekeren dat ik zal zwijgen: / ik kan het niet, ik kan het niet.’ 

[Jooris van Hulle - 11/06/2026]