Ferdinand Augustijn Snellaert (1809-1872) was zonder meer een spilfiguur in de geschiedenis van de Vlaamse Beweging. Over hem schreef de gerenommeerde literaire historicus Ludo Stynen een stevige en alomvattende, gedetailleerde biografie. Als biograaf heeft Stynen al zijn palmares verdiend met eerdere biografieën gewijd aan onder meer Anton Bergman, Jan Frans Willems en Pol de Mont.
Opgeleid als gezondheidsofficier of legerarts derde klasse in het leger van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden vestigde de jonge Snellaert zich na zijn eervol ontslag uit het leger, in het midden van de jaren 1830 in Gent. Hij woonde er samen met zijn twee zussen in een huurwoning. Een eigen woning zou hij nooit bezitten, een huwelijk aangaan evenmin. Als ‘armendokter’ —hij had maar enkele ‘rijke’ patiënten die hun rekeningen zelf konden betalen— vestigde hij zich aan de rand van een Gentse sloppenwijk. Ferdinand Snellaert maakte lange dagen zeker in tijden van epidemieën (cholera, tyfus ...) die veelvuldig uitbraken. Toch vond hij nog de nodige tijd om zich in te laten met het begin van de Vlaamse strijd.
In Gent raakte hij nauw bevriend met Jan Frans Willems, terecht de vader van de Vlaamse Beweging genoemd. Het duurde niet lang of ook Snellaert behoorde tot de leidende tenoren van de beginnende ontvoogdingsstrijd.
Zijn leven lang bleef Snellaert als orangist de omwenteling van 1830 beschouwen als een noodlottige gebeurtenis voor de nationale Nederlandse geest.
Het was vooral aan Snellaert te danken dat de prille ontluikende Vlaamse Beweging haar eerste stappen zette op het politieke niveau. In 1840 nam Snellaert het initiatief tot het schrijven van een plechtig petitionnement aan het adres van de Belgische koning. Het was een eerste politieke poging om duidelijk te maken dat het taalvraagstuk als een zaak van nationaal belang diende te worden behandeld. Snellaert benadrukte meermaals dat de onderdrukking bij de taal begon. Tevens was het ook de eerste keer dat het Vlaamse eisenpakket onder de aandacht van de publieke opinie kwam. Snellaert en Philipp Blommaert, de tekstschrijvers, eisten voor de moedertaal dezelfde rechten op die ze had onder het Oostenrijks bewind, toen in de Vlaamse provincies alle ambtenaren Nederlands moesten spreken en schrijven. In 1840 onder het Belgische regime bestond deze plicht niet meer. Luidens biograaf Stynen lag het initiatief van Snellaert aan de basis van een evolutie die meer dan een eeuw later tot de opeenvolgende staatshervormingen zou leiden.
Ook de medewerking van Snellaert aan de Vlaamse Grievencommissie van 1859 komt ruimschoots aan bod.
De vrijzinnig-liberale Snellaert werkte mee aan talloze congressen, het ontstaan van nieuwe tijdschriften en allerhande letterkundige verenigingen en maatschappijen. Geen enkele is wellicht aan de aandacht van zijn biograaf ontsnapt. Ook de diverse uitgaven van oude manuscripten en liedteksten komen in de biografie aan hun trekken.
In het verzorgd uitgegeven boekwerk wordt ook de nodige aandacht besteed aan de contacten van de piepjonge Vlaamse Beweging met Duitse nationalistische verenigingen. Tegelijkertijd waarschuwde hij voor “Groot-Germaanse avonturen” en legde hij de nadruk erop dat het gevaar uit het oosten kwam, meer dan vanuit Frankrijk. Enkel Nederland was voor Vlaanderen een betrouwbare bondgenoot.
We zijn Ludo Stynen dankbaar dat hij ons deze degelijke biografie over Ferdinand Augustijn Snellaert bezorgde.