Historicus Vincent Dujardin (UC Louvain), expert in onder meer de Belgische politieke geschiedenis, boog zich sinds 2005 over de gewone en de spirituele dagboeken, de agenda’s, brieven en andere documenten van wijlen koning Boudewijn (1930-1993). Dat leidde 21 jaar later tot een magistrale biografie die meteen ook allerlei nieuwe en verrassende gegevens aan het licht brengt. Het was koningin Fabiola die hem na de publicatie van een biografie over voormalig premier Pierre Harmel stap voor stap toegang verleende tot het privéarchief van haar overleden echtgenoot. De auteur volgt niet alleen chronologisch en thematisch de levensloop van de katholieke vorst. De lezer komt meteen veel te weten over de Belgische geschiedenis in de 20ste eeuw: over de oorlogsjaren, de koningskwestie, de schoolstrijd, de stakingen tegen de eenheidswet, de mijnramp van Marcinelle, de dekolonisatie, onze buitenlandpolitiek, de regeringsvormingen en de staatshervormingen (de communautaire spanningen zouden mee de maag- en hartklachten van de vorst hebben veroorzaakt) enzovoort. Allemaal boeiende onderwerpen. Koningin Fabiola wou niet dat de auteur een hagiografie zou schrijven, maar hoe meer je zijn turf leest, hoe meer je toch de indruk van een heiligverklaring krijgt. Uiteraard is er de weigering om de abortuswet te ondertekenen – merkwaardig trouwens hoe Dujardin dat linkt aan Boudewijns geloof, maar niet aan de vele miskramen die het vorstenpaar te verduren kreeg en finaal hun lot om kinderloos te blijven. Tal van kerkleiders en andere zeer gelovige mensen uit de entourage van de vorst adviseerden hem juist om vanuit de verantwoordelijkheid van zijn ambt de wet wel te ondertekenen, mede om erger te voorkomen: een nieuwe crisis van de monarchie en mogelijk zelfs het uiteenvallen van het land. Geloof alleen verklaart de weigering dus niet. Sommigen hebben reserves tegen een heiligverklaring vanwege Boudewijns mogelijke aandeel in de moord op de Congolese politicus Patrice Lumumba in 1961. Dujardin lijkt goede argumenten te hebben om de vorst vrij te pleiten en dat obstakel weg te nemen, al staan ze in Congo niet te springen voor een canonisatie. De echte heiligheid van Boudewijn komt vooral in zijn dagboeken aan het licht. Hij ging dagelijks naar de eucharistie en maakte vaak in de vroege uren tijd voor aanbidding en meditatie opdat hij met de juiste ingesteldheid – namelijk met de gezindheid van Jezus – die dag mensen zou ontmoeten en tot hen de juiste woorden zou spreken. Als hij in het bijzonder met een zieke begaan was, werd soms een gebedsketting georganiseerd waarbij de koninklijke familie om beurten 24 uur lang in de kapel het gebed verzekerde. Uit zijn dagboeken blijkt hoe diep zijn geloof (en dat van Fabiola) was. Hij was er echt van overtuigd dat hij in de mensen die hij ontmoette – in het bijzonder in de armen en in wie in de marge van de samenleving leefde –, Christus zelf ontmoette. Zijn ambt beleefde hij als een roeping en een dienstwerk, dat hem de kans bood als een goede herder te getuigen van Gods liefde voor Zijn volk. Daarin schuilt zijn heiligheid. Het belangrijkste bezwaar echter tegen een heiligverklaring van Boudewijn ligt in het feit dat de devotie ontbreekt. Er is nauwelijks verering van deze vorst bij het brede publiek. In de Belgische kerken staan geen beelden om tot hem te bidden en mensen trekken niet massaal naar zijn graf. Nochtans is zo’n devotie een eerste vereiste. Enkel bij zijn overlijden en zijn begrafenis was er een ongeziene volkstoeloop om deze uitzonderlijke vorst een laatste eer te bewijzen. Maar terug naar het boek. De titel stelt dat het om “de biografie” gaat. Beter ware het geweest te spreken van “een biografie”, want over veel zaken is het laatste woord nog niet gezegd. Er zijn onderwerpen die maar rakelings aan bod komen – zoals de Koreaanse oorlog, die samenvalt met de beginjaren van Boudewijns regeerperiode – of die nog buiten beeld blijven omdat de betrokkenen nog in leven zijn. Zo wordt wel gesteld dat Boudewijn een bemiddelende rol speelde in het huwelijk van zijn broer Albert en Paola, maar veel dieper wordt daar niet op ingegaan. Je kunt je ook afvragen wat de blijvende erfenis van Boudewijn is, letterlijk en figuurlijk. Figuurlijk wordt erop gewezen hoe hij koning Filip inspireert, maar alweer summier. Letterlijk was er ook een wilsbeschikking van Boudewijn om in het Koninklijk Domein van Opgrimbie een kartuizerklooster te bouwen voor de zusters van de monastieke familie van Bethlehem. Geen woord daarover. Vreemd toch, gezien de band tussen die biddende gemeenschap en de gelovige gezindheid van de koning?! Toegegeven, Dujardins biografie is nu al zeer lijvig en een auteur moest keuzes maken. Hij heeft prachtig werk geleverd en hij geeft ons een unieke inkijk in de ziel van de koning. De man offerde er gedurende ruim twintig jaar een groot deel van zijn tijd aan op en dat verdient alle lof. Hoewel dit beslist een standaardwerk zal blijven, is het toch niet dé ultieme biografie. Het laatste woord is niet gezegd. Boudewijn zou trouwens opmerken dat dat alleen God toekomt.