De rol van de Fuggers bij de keizerskeuze van Karel V is gekend door historici, maar hun naamsbekendheid blijft bij het grote publiek achter bij die van de Medici. Daaraan wil Peter F. Anthonissen verhelpen. De Antwerpse jurist, communicatie-expert en crisiscommunicatiemanager schreef met ‘Bankiers van God en keizer. Het geld van de Fuggers 1475-1625’ een zeer lijvig boek over het Zuid-Duitse koopmans- en bankiersgeslacht Fugger en hun relatie met de Habsburgers en met Antwerpen tijdens de lange 16de eeuw.
Anthonissen begint met de brief van 1523, waarin Jakob Fugger keizer Karel V eraan herinnerde dat macht geld koste en dat de keizer dat geld had geleend van hem, die nu vereffening vroeg teneinde zijn goede naam en kredietwaardigheid te behouden: de koopman riep de keizer ter verantwoording. Hoe kon een koopmansfirma uitgroeien tot een politieke machtsfactor? Dat wil de auteur beantwoorden door de ruimere geschiedenis te vertellen waarin de Fuggers het stuk schreven, de Habsburgers en pausen de hoofdrol speelden en Antwerpen het toneel was. Anthonissens perspectief is dat van de Fuggers als beheerders van invloed en macht: hun machtsmachine draaide op reputatie-energie. De spanningsvelden tussen krediet en politiek, reputatie en wantrouwen, privé-initiatief en publieke macht vormen dan ook de rode draad in dit vuistdik boek.
Anthonissen vertelt de geschiedenis van de driehoeksverhouding tussen Fuggers, Habsburgers en Antwerpen in periode circa 1475 – circa 1625 min of meer chronologisch. Hij laat zien hoe de Zuid-Duitse Fuggers uit Augsburg in vier generaties de rijkste kooplui van Europa werden door textielverwerking en -handel, zilver- en kopermijnbouw en metaal-en krediethandel met een concern dat van Venetië en Rome over Antwerpen tot Lissabon en Gdansk rijkte; hoe hun factorij aan de Steenhouwersvest in Antwerpen, waar zij Zuid-Duitse metalen ruilden tegen Engels laken en ‘Portugese’ specerijen, de belangrijkste werd; hoe Antwerpen mede dankzij hun aanwezigheid zich kon ontpoppen tot de handelsmetropool van het Westen; hoe Jakob Fugger de Rijke een beslissende rol speelde in de keizerskeuze van Karel van Habsburg en in de ambities en de vormgeving van het Habsburgse rijk; hoe de Fuggers keizers en pausen financierden als investering in invloed, wat hen geen windeieren legde, maar uiteindelijk de das omdeed, want de Spaanse staatsbankroeten halverwege de 16de eeuw sleepten de Fuggers mee. De Fuggers waren echter meer dan ‘Bankiers van God en keizer’. Ze introduceerden de renaissance benoorden de Alpen en bouwden in Augsburg het eerste en nog altijd bestaande sociale woningcomplex, nog altijd functionerend volgens de regels van vijf eeuwen geleden. En ze waren meesters in reputatiemanagement.
Het boek laat zich vlot lezen, niettegenstaande Anthonissen nogal lange historische aanlopen neemt om zaken uit te leggen. Kleurenillustraties, voetnoten en aparte vensters in de tekst en achteraan kaarten, stambomen van de Fuggers – met een onnauwkeurigheid – en de Habsburgers, een lijst van pausen, een personenregister, een bibliografie en noten vervolledigen dit vuistdikke, maar toegankelijk werk over de Fuggers, dat meer recht doet aan hen in vergelijking met het eind 2025 verschenen ‘Jakob Fugger De Rijke (1459 – 1525). Genie van de vroegmoderne tijd’ (Lannoo) van Marc Hermant en Bernard Van den Bogaert.