Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.
Philip Goff is een Britse filosoof verbonden aan de universiteit van Durham. In ‘Waarom? Het doel van het universum’ neemt hij afstand van twee tegengestelde maar mainstream opvattingen. (“Dawkins versus de paus”): het materialistische standpunt dat sterk vertegenwoordigd is bij wetenschappers, namelijk dat het universum het gevolg van toeval is, en de traditionele godsdiensten die, met verschillende vormen van bovennatuurlijke inmenging, in een goddelijke schepper geloven. Voor Philip Goff begint alles bij de constatering dat ontstaan en ontwikkeling van ons universum mogelijk is gemaakt door een specifieke, onmetelijk zeldzame verhouding tussen chemische stoffen (“de fijnafstemming van natuurwetten”) die onmogelijk toevallig kan zijn, tenzij er een bijna oneindig aantal alternatieve universums zouden zijn. Wat Goff tot een controversiële denker heeft gemaakt is zijn bij Bertrand Russell opgehaalde idee van panpsychisme. In tegenstelling tot het lichaam/geest dualisme neemt Goff aan dat – en hij haalt er de kwantumtheorie bij – stofdeeltjes wel degelijk een laagdrempelig bewustzijn bezitten, zelfs een neiging om “het goede te doen”. Dat heet dan “teleologisch kosmopsychisme”. Goff verdeelt zijn boek in een aantal stellingen met daarbij uitgebreide pogingen tot verdieping en weerlegging van tegenargumenten, die hij allebei overlaat aan de geduldige lezer om ze al dan niet over te slaan. Het boek is bedoeld voor de filosoof en voor een “breed publiek” dat toch wel filosofisch en wetenschappelijk van een en ander op de hoogte moet zijn. Het laatste hoofdstuk heet ‘Leven met een doel’. Hier gaat Goff wel zeer persoonlijk te werk, en moeten de “bewuste” deeltjes en de filosofisch-technische argumenten het gezelschap dulden van Goffs politieke overtuigingen. Het neo-liberalisme van Thatcher en Reagan en elk verzet tegen belastingen zijn een hinderpaal voor de verdere ontplooiing van het universum. Ook recupereert Philip Goff de traditionele godsdienst die hij in zijn puberteit achterwege liet. Hij keerde terug naar het ouderlijke anglicanisme maar zonder leerstellige basis en met nadruk op gemeenschap en ritueel (Heeft jij de boeken van Herman De Dijn gelezen?). In dit “atheïstisch christendom” zijn kunst (inclusief, voor hem, de punkscene van de beginjaren) en spiritualiteit (verlangen naar het “’Meer”), onmisbaar en liefst aangevuurd met psychedelische middelen. Het levert rare zinnen op als “Ik ben ervan overtuigd dat Brexit niet had plaatsgevonden als psychedelica op grotere schaal beschikbaar waren geweest” (p.206) of “Psylocybine is misschien de enige manier om de voortgaande commercialisering van de natuur te bestrijden die ons rechtstreeks naar een klimaatcatastrofe voert” (p.218). Liever dan dat warrige spirituele is mij de bekentenis van een andere bekeerling, Willem Jan Otten, die met koppige deemoed godsdienst en schrijverschap voorzichtig uit elkaar wil houden: “Je scepsis niet ongedaan kunnen denken – maar haar begrijpen, en vervolgens aanvaarden dat je de geloofsmysteries niet tot een consensus met je sceptische zelf zult kunnen brengen.”
kunsttijdschriftvlaanderen.be gebruikt technische cookies die noodzakelijk zijn voor de werking van de website.