Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.

Zoeken  Genre 

 TitelAuteurDatum
Henny Vrienten Leo Oldenburger 06/06/2024
Uitgewist. Roman (vert. Arie van der Ent) Sasja Filipenko 06/06/2024
Wantij Jaap Robben 06/06/2024
De voordelen van Sint Barbara Erik Nieuwenhuis 06/06/2024
Schrijversmythen Sander Bax 06/06/2024
Reflecties. Blikken op de Collectie Vlaamse Gemeenschap Koenraad Jonckheere & Lien Vandenberghe 06/06/2024
Terug van het Oostfront. Gevangen, gevlucht, gesneuveld Rudi Massart en Jonathan Trigg 06/06/2024
Kunstbunkers en cultuurkaravanen. De bescherming van cultureel erfgoed in de Tweede Wereldoorlog Andrea Kieskamp 06/06/2024
Mala Zimetbaum. Heldin van Auschwitz. Leven en verzet Barbara Beuys 06/06/2024
Jan Davidsz. de Heem. 1606-1684 Fred G. Meijer 06/06/2024
Spiegels van Rome. Gids in zeven eeuwig actuele thema’s Sandrina Bokhorst 06/06/2024
Het verraad. De zaak van de Joodse hoedenmaakster Ans van Dijk uit Amsterdam. JustPublishers, Voorthuizen, 2024, 352 blz., 24.99 €, ISBN 97 Koos Groen 06/06/2024
Zwerfpost (tussen Oost en West). Ingeleid door Gustaaf Peek Alfred Birney 06/06/2024
In het oog Marijke Schermer 06/06/2024
Iemand moest het doen Sanne Huysmans 06/06/2024
De saboteurs. Hoe de partij van Lincoln afgleed tot die van Trump Steven de Foer 06/06/2024
Door de bijbel gebillijkt grensoverschrijdend gedrag. Uit de kunst geknipte analoge collages van Pompeï tot nu Jos Deenen 06/06/2024
Het geheime netwerk dat Josef Mengele liet verdwijnen Betina Anton 27/05/2024
Masters of pop: 10 iconische muziekalbums die de wereld veranderden Jeroen D’hoe 27/05/2024
Vienna. Roman (vert. Annemarie Vlaming) Eva Menasse 27/05/2024
12345678910...Laatste

Nieuwe zwanenzangen

Jeroen Messely
Nieuwe zwanenzangen
Atlas Contact, 2023, 156 blz., EUR 22,99
ISBN: 9789025474034

Jeroen Messely debuteerde in 2020 met ‘Nachtlus’. En nu is er de lijvige bundel ‘Nieuwe zwanenzangen’. Wat onmiddellijk in het oog springt erbij is de vormgeving van het omslag: de letterkleuren ervan laten zich lezen als ‘Nieuwe Jeroen Messely’,  met daartussen geplaatst ‘zwanenzangen’. Dit alles boven een afbeelding van het opgebaarde lijk van Ludwig II (1845-1886), koning van Beieren van 1864 tot 1886, bouwheer van een aantal kastelen en, zo noteert Messely in het heel lijvig uitvallend register aan het slot van de bundel, ‘cultuurhistorisch niet onbelangrijk als de mecenas van Richard Wagner; tegenwoordig ook een homo-icoon.’  In het eerste luik van de bundel wordt nadrukkelijk gefocust op het leven van Ludwig, van diens geboorte in 1845 (‘Na achttien uur van trekken en sleuren / in een moederhuis van sinopel / (…) // slaapt Ludwig Twee / met een royaal gevulde pamper / op het aangebrand tapijt van de middernacht’ (p. 8) tot zijn dood in 1886 in de Starnberger See, waar in de nacht van 13 juni 1886 aan de oever ervan de lijken van Ludwig en zijn psychiater werden gevonden. Hierover staat in het register: ‘beide stierven de verdrinkingsdood in onduidelijke omstandigheden (wurging? hartaanval? complot?’ (p. 152)?  Jeroen Messely steekt zichzelf niet weg in zijn gedichten. Hoe hij bij het schrijven feiten en weetjes rond ‘zijn’ Ludwig op het spoor is gekomen, wordt in de gedichten aangegeven met verzen als ‘ik lees dit en weet’, ‘dan spreken mijn bronnen’, ‘wat vertellen de annalen’, ‘Et in Wikipedia ego’, ‘hierover stotteren de bronnen’…. Hoe Ludwig zich verschanste in zijn eenzaamheid, wordt heel mooi verwoord in het gedicht  ‘Wintergarten (1871)’: (…) en de lange slungel roemloos / bij het lauwe water // timide / buitenblijver // een bijzonder blauwe / bloem te midden van winterharde planten’ (p. 15)  En tussendoor staat Messely stil bij zijn eigen poëzie. In  ‘Parsifal’, een breed uitdijend prozagedicht waarin de ik wordt aangesproken over zijn nieuwe bundel: ‘Neen, een postmodernist ben je niet. Taal en werkelijkheid vallen netjes samen (pardoes, op de grond). Men zal je weer het redeneren verwijten, al die welomlijnde argumenten in plaats van duistere fragmenten.‘ 
Het centrale deel van de bundel focust al even nadrukkelijk op de macht en de excessen ervan: hoe Duitsland als natie, mede ten gevolge van de vernederende voorwaarden die het land opgelegd kreeg bij de Vrede van Versailles in 1919 (‘Een gekrenkte ziel is een gevaar / Wordt zij haar onmacht gewaar / dan drenkt zij zich het liefst in gif / Trots leidt zij leiders op in kelders’ – p. 56), de roep van Hitler en zijn nazi-trawanten volgt: ‘En dus kreeg het land zijn sterke man / die in een bunker woonde, een tiran / die alle wonden heelde met een missaal / dat elk grondrecht uitholde // (…) // Hij verzoende alle hengsten / en wortelde al hun angsten voor het eerst in de geschiedenis / in biologie’ (p. 60)  En zoals hij verder wordt genoemd: ‘de man van zes miljoen’ (p. 65).  Schrijvend over ‘Mann’ heeft Messely het dan weer over het huidige tijdsklimaat: ‘Kent u mijn tijdgenoten, ouwe bok? / Ze geven geen moer om uw krullen / en gedraaide poten / Dichters die taal willen / smeden tot zij heet is / zitten vandaag zonder werk / Vorm legt het af – niet tegen vent / (en vrouwen dan? – / maar tegen uitgekauwde content / om kolommen mee te vullen’ (p. 53) Gelijkaardige ideeën komen aan bod in het slotdeel van de bundel, waarin Messely zijn persoonlijke Werdegang ins Leben in kaart brengt. In ‘Tannhäuser (2020) heeft hij het in een lekker rijmend gedicht over de issues waarover de dichter zich nu moet buigen om mee te tellen: ‘Wie pijlen richt op ‘t kalifaat / vangt nooit een poëzie-award // (...)// Wie niet vaak denkt aan het klimaat / krijgt nooit een lyriektrofee // (…) // Wie niet echt maalt om ‘t patriarchaat / wint nooit de Turing Dichtwedstrijd’. (p. 116)  In ‘Rozenstraat (1988)’ gaat het over zijn kindertijd en jeugd (‘Ik was een vroegoud kind’ // (…) // Later (en ik vel geen / waardeoordeel) gaf ik te snel / mijn jeugd uit handen’), hij schrijft over uitstapjes met de geliefde en hoe later een en ander fout liep tussen hen (‘Ontkoppeling – / niemand die het geloofde, / iedereen die opkeek: / jullie: de geroutineerden? // (…) // en de liefde schoof van onze vinger’ – uit: ‘Ring’ (2014)’. Heel verrassend is dan ‘Cronenberg (2525)’, het slotgedicht van de bundel: we zijn ruim drie eeuwen verder,  de zwaanridder ontwaakt en ontdekt dat hij ‘in zijn bed in een Volkswagen Kever was veranderd. / Iets moest hem belast hebben.’  Kafka uiteraard...
Aansluitend bij de traditie van de romantiek bouwt Jeroen Messely met zijn ‘Nieuwe zwanenzangen’  in het spoor van kastelenbouwer Ludwig II een poëticaal gedragen luchtkasteel. Het is voor de lezer boeiend toeven in de vele kamers ervan.

[Jooris van Hulle - 01/09/2023]