Het Beleg van Breda van augustus 1624 tot juni 1625 was een van de meest befaamde belegeringen uit de Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de Republiek der Verenigde Provinciën. Negen maanden lang werd de stad onder gouverneur Justinus van Nassau omsingeld door een Spaans leger onder leiding van Ambrogio Spinola. De stad doorstond beschietingen, ziektes, honger en andere ontberingen, maar gaf zich uiteindelijk toch gewonnen. Op 2 juni 1625 kwam Breda weer onder Spaans bewind. Velásquez vereeuwigde het gebeuren in de ‘De overgave van Breda’ of ‘Las Lanzas’ (1634-1635), dat bewaard wordt in het Prado en waarvan een levensgrote kopie in Breda nog altijd een rol speelt in de lokale identiteit van de stad. Pasgetrouwde koppels laten zich dikwijls voor de kopie fotograferen.
De strijd om de stad trok alom aandacht, zowel binnen de Lage Landen als ver daarbuiten. Buitenlanders kwamen van heinde en ver om het beleg te volgen. Ooggetuigen en tijdgenoten grepen naar de pen om de belegering te beschrijven in allerlei genres en talen. Bovendien inspireerde het conflict cartografen, prentenmakers en schilders. Het resultaat is een overvloed aan bronnen en perspectieven op het beleg.
Dat gegeven werd het uitgangspunt voor Paul Hulsenboom om een meerstemmige en internationale geschiedenis van het beleg op te zetten. De auteur is cultuurhistoricus en letterkundige en werkzaam aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. De publicatie kwam tot stand in samenwerking met het Stedelijk Museum Breda, waar in de zomer van 2025 een mini-tentoonstelling naar aanleiding van de verjaardag van de overgave te zien is.
Het boek bestaat uit vijftien hoofdstukken, die telkens een dimensie of episode van de strijd belichten, zoals onder andere Spinola’s kampementen, de situatie in de stad tijdens het beleg, het beleg als lesmateriaal, de pogingen tot ontzet, de informatieoorlog via liedjes, gedichten en prenten, de capitulatie, het leed van het platteland, enz. De hoofdstukken zijn daarbij min of meer chronologisch geordend. Elk hoofdstuk wordt verrijkt met een contemporaine tekst, in origineel én in vertaling, die het thema in kwestie verheldert en nader uitdiept en wordt voorzien van duiding. Zo leest men onder andere mee met een Nederlandse arts die de zieken in Breda probeert te helpen, een Engelse dichter die zijn meevechtende landgenoten ophemelt, een Poolse edelman die tracht de stad te ontzetten en een Spaanse toneelschrijver die de wanhoop van de Bredase bevolking weergeeft.
Hulsenboom gebruikt een heterogene verzameling van documenten in niet minder dan acht verschillende talen. Dat de auteur als vertaler ook het Pools beheerst, is beslist een meerwaarde. Door de aandacht voor de wirwar van perspectieven op het beleg en de uiteenlopende standpunten, zelfs als de auteurs behoren tot dezelfde partij of uit dezelfde regio komen, sluit het boek aan bij de aandacht voor meerstemmigheid in de geschiedenis en de internationalisering van de Tachtigjarige Oorlog in de actuele historiografie.
Verzorgde en goed geduide kleurenafbeeldingen illustreren de tekst en elk hoofdstuk wordt afgesloten met de noten. Een bibliografie van primaire bronnen en secundaire literatuur vervolledigt deze meerstemmige geschiedenis, die getuigt van een originele benadering en door uitgeverij WBOOKS prachtig is vormgegeven.