Het oeuvre van Eugeen Van Mieghem is omvangrijk, maar over de persoonlijkheid van de man en zijn omgang met succes en tegenspoed is niet zo heel veel geweten. Zelf schreef hij nauwelijks iets neer en zijn werk werd tijdens zijn leven slechts mondjesmaat becommentarieerd. Nu is er echter de boeiende biografie van Eric Rinckhout die de mens Van Mieghem niet helemaal ontrafelt, maar zijn kunstenaarsloopbaan en oeuvre in een prachtig vertelde en verhelderende context plaatst. Net zoals Van Mieghem, is Eric Rinckhout een geboren Antwerpenaar. Zijn voorouders behoorden tot de schipperswereld en hun verhalen over de dokken, havencafés, stakingen en gaarkeukens, die Rinckhout als kind hoorde, zag hij vele jaren later in Van Mieghems oeuvre tot leven gebracht.
De auteur heeft een diepe duik in het leven en werk van de kunstenaar genomen om diens biografie te schrijven, die tegelijk ook een geschiedenis van Antwerpen is, vanaf het eerste bezoek van Napoleon in 1803 tot na de Eerste Wereldoorlog. Heel levendig wordt de groei van de haven beschreven, de sloop van de middeleeuwse stad, de bevolkingsexplosie en hoe het havenkwartier een druk en lawaaierig mierennest van dokwerkers, havenarbeidsters, bootsvolk en migranten was tegen de achtergrond van schepen en een stad aan de stroom. De oorlog brak uit, het werk werd steeds meer gemechaniseerd, maar de haven bleef een aparte biotoop met een eigen dynamiek. Met geduld, precisie en passie roept Rinckhout in woorden op wat Van Mieghem met potlood, krijt, pastel en olieverf snel en raak vastlegde in schetsen en schilderijen. De kunstenaar registreerde het altijd in beweging zijnde havenleven in brute, donkere lijnen en heldere kleuren. Hij toonde het genadeloze labeur, zonder poëzie of romantiek, maar ook het verlangen naar ontspanning en plezier na het werk. Hij schetste de Joodse transmigranten die met de Red Star Line naar Amerika vertrokken, de oorlogsvluchtelingen, de stakers en armoedzaaiers, de soep- en voedselbedelingen, de hoeren en herbergiersters. Hij tekende het leven zoals het zich voor zijn ogen afspeelde, ruw, rusteloos, woelig en nerveus. Dat deze kunstenaar zich niet plooide naar de verwachtingen van academies, critici, galeries en eventuele kopers is duidelijk. Antwerpen was sowieso al geen progressieve stad wat de kunsten betrof, maar Van Mieghem zocht zijn eigen pad. Hij had het niet breed, was niet de meest inschikkelijke mens, liet kansen door zijn handen glippen, maar schiep een origineel oeuvre dat pas sinds het einde van de 20ste eeuw ten volle gewaardeerd wordt.