Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.

Zoeken  Genre 

 TitelAuteurDatum
Bankiers van God en keizer. Het geld van de Fuggers 1475-1625 Peter F. Anthonissen 21/09/2026
Historische atlas van de Lage Landen 1440-1559 Sieg Monten 21/09/2026
Geneeskunde in de Oudheid. Inleiding en bronnen (vert. Cornelis van Tilburg) Florian Steger 21/09/2026
Duitse dagdromen over het keizerrijk. Hoe radicale burgers in het geweer komen tegen de Bondsrepubliek Guy Hoeks 21/09/2026
Palomar. Roman (vert. Henny Vlot; nawoord Roelof ten Napel) Italo Calvino 21/09/2026
De spagaat. Jonge lezers in tijden van ontlezing Jeroen Dera 21/09/2026
From dusk till dawn. Nachtkunst in de 17e eeuw Stefaan Kuiper 21/09/2026
Taalmoord. Over taal, identiteit en gemeenschap Wido Bourel 21/09/2026
Het menselijk lot (vert. en eindnoten Tatjana Daan) André Malraux 21/09/2026
Meesterwerken uit Le Havre. Renoir, Monet, Dufy, Matisse Michaël Debris 03/09/2026
Alleenspraak [Soliloquium] (vert. en inl. Nicoline Roskam) Bonaventura 31/08/2026
Van links naar rechts. Het oosten van Duitsland op de dool Dirk Rochtus 31/08/2026
Afscheid van Zsömle (vert. Mari Alföldy) Laszlö Krasznahorkai 29/08/2026
Gestel en De Smet. Kleurrijke vriendschap Kees van der Geer 25/08/2026
Hemellichamen aan de uiterste rand van de wereld (vert. Marcel Otten) Jon Kalman Stefansson 25/08/2026
De dagen van Glas Nicoletta Verna 21/08/2026
De ziel van de wereld. Een portret van Max Wildiers (1904-1996) Toon Horsten (red.) 21/08/2026
God. Naar een andere filosofie Erik Meganck 21/08/2026
Sekse doet ertoe. Hoe mijn visie op gender en de queertheorie veranderde Jantine Nierop 21/08/2026
Boudewijn. De biografie Vincent Dujardin 21/08/2026
12345678910...Laatste

De lotdagen

Paul Demets
De lotdagen
Vleugels, 2025, 56 blz., EUR 23,95
ISBN: 9789493350434

Twintig ongeveer was Paul Demets toen ons land werd opgeschrikt door de aanslag van de Bende van Nijvel op de Delhaize in Aalst op 9 november 1985. Nu, precies veertig jaar na de aanslag, kijkt Demets in zijn bundel ‘De lotdagen’ terug op die periode. ‘Toen was het einde zoek’ schrijft hij in het slotgedicht, en verder:  ‘achterom gekeken, verdomd. / Ik kan niet langer die zanger zijn.’ Maar evengoed is het zo dat de dichter zijn verantwoordelijkheid opneemt, het land, ‘het wil blijven, het zingt rond. / Nu verlangt het samenzang. / Dagelijks brandt België / op mijn tong.’
Hoe gulzig en allerminst bedacht op mogelijke calamiteiten de ik samen met zijn naaste vrienden geniet van alles wat te ontdekken valt in een wereld die aan hun voeten ligt, wordt duidelijk gemaakt in de gedichten waarmee de bundel opent. Demets noteert: ‘Alsof er ons iets kon gebeuren. / (...)/ We verzetten ons, waren tot de tanden / met glazen bewapend.’, of nog: ‘We waren in neon ontketend. Wat ons / niet beviel, lieten we achterwege.’ En in hetzelfde gedicht, met een mooie allusie op het Ilias-verhaal: ‘We wilden een krijgstrofee / aan Briseïs gelijk. We rookten onze mythe bij elkaar.’  Terugkerend motief in deze nauw bij elkaar aansluitende gedichten is het lichaam. De roes van de lichamelijkheid zet zowat alles in perspectief. Als een dissonant binnen deze context dringt zich het onbegrip op rond de warenhuisoverval van de Bende van Nijvel. Demets schrijft: ‘Iemand richtte zich op, / zag niet dat de dagsluiting een tweeloop had.’ En het gedicht dat er direct op volgt, is een parafrase van het interview dat de kinderen van een der slachtoffers gaven aan Humo: ‘Hij had een verbaasde blik / alsof hij zich afvroeg wat er gebeurde.’ Voor de ik en zijn naaste omgeving komt bij dit alles nog eens de kernramp van Tsjernobyl, een nieuwe confrontatie met een ontluisterende werkelijkheid, ‘de dieren die op stal moesten blijven. / De sla die we extra wasten. / De vlindervorm in onze hals die gretig jodium zoog.’ 
Een beklijvend intermezzo in de bundel wordt gevormd door het breed uitdijende gedicht ‘Roofhoofd’ dat Demets in 2005 in samenwerking met beeldend kunstenaar Hans Op de Beeck bracht op ‘De Nachten’ in De Singel in Antwerpen. Het geheel brengt, bijna van uur tot uur,  de overval van twintig jaar voordien in kaart, met specifiek hier aandacht voor het getuigenis van David Van de Steen, wiens ouders en zusje die avond werden gedood. In nauwe verbondenheid met hem vraagt de dichter zich af: ‘Wat er van de feiten overblijft? Dat ik / op mijn woorden moet letten. / Dat we genoodzaakt zijn / de vertogen na te praten / die ons zijn ingeprent. / (…) / Gedichten liegen over hoe ze orde scheppen.’ 
Bijzonder mooi verwoordt Demets in het tweede luik van de bundel de onmacht om de ‘waarheid’ op het spoor te komen: ‘Je kan een cirkel vullen met de vierkanten / die je tekent, maar er zal altijd ruimte overblijven.’ Met de verwijzing naar de ramp met de Herald of Free Enterprise in Zeebrugge richt Demets zijn blik op het jaar 1987. En weer is er de doordacht aangewende allusie op de klassieken die hem als dichter blijvend hebben gevormd en geïnspireerd: ‘Achterom kijken mocht ik niet, / want anders zou ze eeuwig / aan de overzijde moeten blijven.’ 
Met ‘De lotdagen’ – het begrip verwijst naar de twaalf dagen die volgen op kerstdag en voor volksweerkundigen een voorspellende waarde hebben – zet Paul Demets, mede door de beheerste vormgeving van de gedichten en de behoedzame kadering ervan in de literaire context die hem tot dichter heeft gemaakt, verder de krijtlijnen uit van wat een alles omvattend ik-portret moet worden.

[Jooris van Hulle - 07/01/2026]