Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.

Zoeken  Genre 

 TitelAuteurDatum
Europa. De zestiende eeuw Hans Mulder 02/03/2026
Kunst als instrument voor de ziel. Meditatie in West-Europa 1450-1650 Annelies Vanwalleghem 02/03/2026
Verkocht, gestolen en bijna vernietigd. De turbulente geschiedenis van Het Lam Gods Tom De Smet & Wannes Roelant 02/03/2026
De jeugd van tegenwoordig... Stedelijke jongerencultuur in de laatmiddeleeuwse Lage Landen Peter Stabel en Anke de Meyer 02/03/2026
Sparta. Opkomst en ondergang van een antieke grootmacht (vert. Ruud van de Plassche) Andrew Bayliss 02/03/2026
Cornelius Jonson van Ceulen. Een Engels-Nederlandse meester uit de Gouden Eeuw Karen Hearn 02/03/2026
Goedvolk en de kop van Jut. Nederland in de ban van een dubbele moord Paul van der Steen 02/03/2026
Leven voor een leer. Anna Terruwe (1911-2004) Marit Monteiro 02/03/2026
Weet jij de wijs nog en de woorden? René Smeets en Johan van Cauwenberghe 02/03/2026
Ik, zuster Gabrielle! Frank Pollet 02/03/2026
Het leven en de dood in de ast Stijn Streuvels en Ivan Petrus Adriaenssens 02/03/2026
De Ploeg op Schiermonnikoog Peter Jordens 02/03/2026
Metamorfosen – Ovidius en de kunsten Francesca Cappelletti & Frits Scholten (red.) 02/03/2026
ART.BE. Van Broodthaers tot vandaag, 151 hedendaagse kunstenaars in België Julien Delagrange 02/03/2026
Collectie in context. Van Abbe Museum 1936-2024 Paul van Den Akker, Diana Franssen, Mieke Rijnders 02/03/2026
Ik houd nog veel verborgen. Brieven (sel., vert., annot. en naw. Bart Vonck) Frederico Garcia Lorca 02/03/2026
De schilders van Den Haag Werner van den Belt en Bob Hardus 02/03/2026
En altijd is het de vrouw. Het bewogen leven van Leopold Flam Kristien Hemmerechts 25/02/2026
Ik en Rome. Alle brieven Cicero 02/02/2026
Met nieuwe ogen. Vermeer door de lens van Mondriaan Andrea Maddalena 02/02/2026
12345678910...Laatste

De lotdagen

Paul Demets
De lotdagen
Vleugels, 2025, 56 blz., EUR 23,95
ISBN: 9789493350434

Twintig ongeveer was Paul Demets toen ons land werd opgeschrikt door de aanslag van de Bende van Nijvel op de Delhaize in Aalst op 9 november 1985. Nu, precies veertig jaar na de aanslag, kijkt Demets in zijn bundel ‘De lotdagen’ terug op die periode. ‘Toen was het einde zoek’ schrijft hij in het slotgedicht, en verder:  ‘achterom gekeken, verdomd. / Ik kan niet langer die zanger zijn.’ Maar evengoed is het zo dat de dichter zijn verantwoordelijkheid opneemt, het land, ‘het wil blijven, het zingt rond. / Nu verlangt het samenzang. / Dagelijks brandt België / op mijn tong.’
Hoe gulzig en allerminst bedacht op mogelijke calamiteiten de ik samen met zijn naaste vrienden geniet van alles wat te ontdekken valt in een wereld die aan hun voeten ligt, wordt duidelijk gemaakt in de gedichten waarmee de bundel opent. Demets noteert: ‘Alsof er ons iets kon gebeuren. / (...)/ We verzetten ons, waren tot de tanden / met glazen bewapend.’, of nog: ‘We waren in neon ontketend. Wat ons / niet beviel, lieten we achterwege.’ En in hetzelfde gedicht, met een mooie allusie op het Ilias-verhaal: ‘We wilden een krijgstrofee / aan Briseïs gelijk. We rookten onze mythe bij elkaar.’  Terugkerend motief in deze nauw bij elkaar aansluitende gedichten is het lichaam. De roes van de lichamelijkheid zet zowat alles in perspectief. Als een dissonant binnen deze context dringt zich het onbegrip op rond de warenhuisoverval van de Bende van Nijvel. Demets schrijft: ‘Iemand richtte zich op, / zag niet dat de dagsluiting een tweeloop had.’ En het gedicht dat er direct op volgt, is een parafrase van het interview dat de kinderen van een der slachtoffers gaven aan Humo: ‘Hij had een verbaasde blik / alsof hij zich afvroeg wat er gebeurde.’ Voor de ik en zijn naaste omgeving komt bij dit alles nog eens de kernramp van Tsjernobyl, een nieuwe confrontatie met een ontluisterende werkelijkheid, ‘de dieren die op stal moesten blijven. / De sla die we extra wasten. / De vlindervorm in onze hals die gretig jodium zoog.’ 
Een beklijvend intermezzo in de bundel wordt gevormd door het breed uitdijende gedicht ‘Roofhoofd’ dat Demets in 2005 in samenwerking met beeldend kunstenaar Hans Op de Beeck bracht op ‘De Nachten’ in De Singel in Antwerpen. Het geheel brengt, bijna van uur tot uur,  de overval van twintig jaar voordien in kaart, met specifiek hier aandacht voor het getuigenis van David Van de Steen, wiens ouders en zusje die avond werden gedood. In nauwe verbondenheid met hem vraagt de dichter zich af: ‘Wat er van de feiten overblijft? Dat ik / op mijn woorden moet letten. / Dat we genoodzaakt zijn / de vertogen na te praten / die ons zijn ingeprent. / (…) / Gedichten liegen over hoe ze orde scheppen.’ 
Bijzonder mooi verwoordt Demets in het tweede luik van de bundel de onmacht om de ‘waarheid’ op het spoor te komen: ‘Je kan een cirkel vullen met de vierkanten / die je tekent, maar er zal altijd ruimte overblijven.’ Met de verwijzing naar de ramp met de Herald of Free Enterprise in Zeebrugge richt Demets zijn blik op het jaar 1987. En weer is er de doordacht aangewende allusie op de klassieken die hem als dichter blijvend hebben gevormd en geïnspireerd: ‘Achterom kijken mocht ik niet, / want anders zou ze eeuwig / aan de overzijde moeten blijven.’ 
Met ‘De lotdagen’ – het begrip verwijst naar de twaalf dagen die volgen op kerstdag en voor volksweerkundigen een voorspellende waarde hebben – zet Paul Demets, mede door de beheerste vormgeving van de gedichten en de behoedzame kadering ervan in de literaire context die hem tot dichter heeft gemaakt, verder de krijtlijnen uit van wat een alles omvattend ik-portret moet worden.

[Jooris van Hulle - 07/01/2026]